Joods Biografisch Woordenboek

Joden in Nederland in de twintigste eeuw



menu


Verantwoording bij het boek

De volgende informatie is overgenomen uit de inleiding van het boek Joden in Nederland in de twintigste eeuw: een joods biografisch woordenboek (Utrecht: Winkler Prins, 2007).

[...] Bij het vergaren van gegevens kwamen allerlei onvermoede feiten over de joodse gemeenschap aan het licht. Het is opmerkelijk dat bij de onderverdeling in beroepsgroepen joden vaak oververtegenwoordigd blijken te zijn, zowel in hun traditionele beroepen de textielhandel, de veehandel, de slagerij, de handel in tweedehandsgoederen en de ambulante verkoop op markten en in plattelandsgebieden. In de landbouw, de zeevaart, de mijnbouw en in de industrie vindt men weinig of geen joden, in de sigarenindustrie, de diamantindustrie en in de confectie-ateliers waren joden juist wel in grote getale werkzaam.

In het wetenschappelijke circuit zijn de geneeskunde en de jurisprudentie het meest door joden beoefend, waarbij joodse artsen vaak pioniersarbeid op het gebied van de sociale geneeskunde hebben verricht.

De opkomst van de media, pers, radio en televisie, boden joden vele nieuwe kansen, die ook gretig werden aangegrepen. In de politiek en het landsbestuur was voor 1940 een grote aarzeling om joden vooraanstaande posten te laten bekleden. Verschillende joden hebben het tot wethouder in gemeentebesturen gebracht, maar er is maar één voorbeeld van een joodse burgemeester, Samuel da Silva, en die was bovendien nog overgegaan tot de Nederlands Hervormde godsdienst. In het leger waren er voor joden ook weinig kansen om carrière te maken, zelfs indien zij dit hadden gewild. Er zijn slechts enkele joodse officieren van gezondheid, die het tot een rang net onder die van generaal hadden gebracht.

De jaren van de Duitse bezetting 1940-1945 vormen een onuitwisbare caesuur in het Nederlands-joodse leven. Hoewel veel van de beschrevenen hun leven voortijdig in de Duitse concentratiekampen verloren, is het aantal overlevenden, die een biografie gekregen hebben, gemeten aan deze maatstaf, onevenredig groot. Zij hebben immers hun bijdrage geleverd in het Nederlandse en joodse leven van na WO II. Daarnaast was het ontbreken van (in memoriam) materiaal en wegvallen van (in memoriam) schrijvers een belangrijke factor. Het is een betreurenswaardig feit dat de meerderheid van de Nederlandse joden, wetsgetrouw en gehoorzaam aan de overheid als zij waren, zich niet aan de opgelegde deportatie hebben onttrokken, zelfs wanneer zij die mogelijkheid gehad zouden hebben. De talrijke orthodoxe joden en hun leiders onderwierpen zich aan Gods wil, heel veel arme joden hadden geen enkele kans om door onderduik hun leven te redden. Maar zelfs wanneer de overlevenden oververtegenwoordigd zijn in het boek, dan zijn zij allen getekend door de jaren van vervolging. Velen zijn pas door hun ervaringen tijdens de bezetting weer hardhandig aan hun jood-zijn herinnerd en geen enkele overlevende is na 1945 onverschillig of onwetend ten opzichte van het jodendom in al zijn schakeringen gebleven.

De redactie is zich pijnlijk bewust dat de hier gepresenteerde biografieën maar een kleine keuze zijn uit de grote hoeveelheid belangwekkende personen, die het Nederlandse jodendom in de twintigste eeuw heeft voortgebracht. Om een werkelijk evenwichtig beeld te geven, hadden eigenlijk veel meer personen uit de mediene, het Nederlandse platteland en de provinciesteden, opgenomen moeten worden. Ook uitgebreider sectoronderzoek had een betere balans tot gevolg gehad. Maar vaak was het zoeken naar persoonlijke gegevens en bronnen in plaatselijke archieven en bibliotheken zo tijdrovend dat tot onze grote spijt vaak niet genoeg materiaal voor een beschrijving bijeen gebracht kon worden. Hetzelfde geldt ook voor rabbijnen en belangrijke figuren uit het vooroorlogse rijke religieuze leven. Hun leven voltrok zich in eigen kring, ver van de publiciteit en omdat hun levenssfeer in 1940-1945 volledig verwoest is en ook de archieven van joodse gemeenten vaak niet bewaard zijn gebleven, bleek het niet mogelijk hen allen voldoende tot hun recht te laten komen.

De categorie van joodse sportslieden, met name zij, die zich internationaal hebben onderscheiden, is eveneens onderbelicht gebleven. Met name de Olympische spelen van 1928, die in Amsterdam werden gehouden, heeft verschillende gouden medailles voor joodse sporters opgeleverd. Maar na de kortstondige roem zijn de meesten van hen in vergetelheid geraakt, en was het niet mogelijk voldoende gegevens voor een verantwoorde biografie bijeen te brengen.

Hetzelfde geldt voor joden in de Nederlandse overzeese gebieden. Vooral in de West, in Suriname en de Caraïbische eilanden, hebben de joodse gemeenschappen sinds de zeventiende eeuw een belangrijke rol gespeeld. De joden in beide gebieden zouden eigenlijk een eigen biografisch woordenboek verdienen. Ook voor deze groepen geldt dat tijd en middelen niet toereikend waren om ook aan hen de aandacht te wijden, die zij verdiend zouden hebben. [...]